Oog in oog met Rudi Nijman

Op 12 augustus 2011 sprak ik in mijn allereerste interview voor Surinamsports.com te Rijsdijk één van Suriname's grootste basketbaliconen, namelijk de op 2 juni 1934 geboren Rudi Nijman, beter bekend als "Pa Nijpie". Deze intrigerende heer Nijman geniet zowel binnen- als buiten de sportwereld veel bekendheid vanwege zijn sportieve prestaties en zijn prachtige verhalen. Hij beschikt over de bijna onwerkelijke gave om mensen op een dusdanige wijze op te peppen, dat ze het beste uit zichzelf weten te halen. De resultaten daarvan zijn op- en buiten de sportvelden duidelijk merkbaar.



Het is een man voor wie ik persoonlijk altijd veel bewondering heb gehad, met name voor zijn gedrevenheid, zijn kwaliteit om anderen te kunnen motiveren, zijn kwaliteiten als trainer en coach en zijn perfecte beheersing van de Nederlandse taal, waarbij af en toe ik de indruk had dat hij gewoon een loopje nam met de Nederlandse taal, en de deskundige wijze waarop hij zijn kennis aan anderen weet over te dragen.

Ooit zei hij tegen mij als 16-jarige beginnende basketballer, ‘ ie moes nyang wang iksie alla day, dang ow go s´don ien yu powa’, op die wijze mij motiverend om meer fysieke kracht te gaan ontwikkelen.  Ook heb ik hem verscheidene malen vanaf de middencirkel met de rug naar de basket, de bal achterom, over de schouder gooiend, altijd zien scoren. De eerste keer toen ik hem het zag doen, ging hij vooraf nog een weddenschap met mij aan. Hij zei: ‘wil je zien dat ik die bal vanaf de middencirkel scoor?’ Ik ben achteraf gezien God nog steeds dankbaar dat hij mij heeft weten te behoeden om te benoemen wat ik op dat moment dacht maar niet uitsprak. Ik had willen zeggen, ‘als het u lukt stop ik onmiddellijk met basketballen. Oh wat zou ik deze sport toch gemist hebben in mijn leven. Een Amerikaanse basketballer die totaal verbouwereerd, de bal door het net zag verdwijnen, kwam daarna naar me toe en vroeg geheel verbaasd, ‘who the hell is that guy?’
 

 

 
Staand (v.l.n.r), R. Leeuwin, H van Gend, E. Zaal, A. Muntslag, A. Breeveld en H. van Wilgen
Zittend H. lie Kwie, R. Krieger, H. Sibilo, C. Nelson en R. Nijman (foto Tjon Lim Sang sr.).

In een zeer openhartig- en soms bij vlagen emotioneel gesprek neemt de zelfbewuste heer Nijman, die meer dan 50 interlands speelde in zijn carrière en meerdere kampioenschappen als speler en als coach op zijn naam schreef, mij als interviewer mee naar de begindagen van zijn basketbal carrière tot aan zijn huidige situatie.

Van een aantal feiten was ik van te voren al op de hoogte, maar toch kreeg ik een hoop nieuwe kennisfeiten te horen, dit allemaal resulterend in nog meer respect voor “Pa Nijpie”. Ik ben daarom ook heel erg trots dat ik dit verslag over hem mag schrijven.
Een speciaal woord van dank gaat uit naar Cecil Nijman, voor het mogelijk maken van dit interview.
 
Waar bent u geboren?
‘Ik ben in Moengo geboren. Ik ben een rasechte Moengonees, zegt de heer Nijman met trots in zijn stem.’
 
Hoe was het toen om in Moengo te wonen?
‘Het was leuk en anders, heel anders dan de tijd waar we nu in leven. Weet, je alles werd goed verzorgd door de Amerikanen die toen te Moengo woonden, dus je hoefde je nergens zorgen om te maken. Het enige waar het toen aan ontbrak was een MULO school. Ik heb dus enige tijd moeten wachten voordat ik naar een MULO school kon.’
 
Wat voor werk deed uw vader?
‘Mijn vader werkte bij Suralco, hij heeft er 40 jaar gewerkt.’
 
Wanneer begon uw sportcarrière?
‘Ik ben rond mijn schooljaren, zo rond mijn veertiende in Moengo begonnen met sporten. Ik deed aan voetbal en basketbal. Op een gegeven moment werd mij gevraagd welke sport ik leuker vond, want ik kon beide even goed. Ik heb er toen goed over nagedacht en koos uiteindelijk voor de basketbalsport. Ik was toen 15 jaar oud.’
 
Begon u in Paramaribo te basketballen bij De Arend?
‘Neen, mijn eerste kennismaking was met de ploeg Amateur Basketbal Club ( ABC). Zij zijn twee keer op bezoek in Moengo geweest om er enkele wedstrijden te spelen. Daarna is de basketbalclub Independiente met de spelers Ramon Krieger en Eddy Zaal in de gelederen, in Moengo geweest. In die periode werd ik als basketballer ontdekt. Ik had namelijk een aantal beslissende baskets gescoord toen ik tegen hen speelde. De leiding van Independiente heeft toen een gesprek met me gevoerd, omdat ze mij talentvol vonden. Ik vertelde ze over mijn plannen om in Paramaribo middelbaar onderwijs te gaan volgen. Ze hebben mij toen meteen aangeboden om voor Independiente te komen spelen. Ik zei toen, als ik eenmaal in Paramaribo ben, zien we wel verder. Uiteindelijk vertrok ik in 1950 naar Paramaribo.
Ik had een vriend in Paramaribo, Eddy Groenewoud, een sportman, die nam mij overal mee op sleeptouw. Door aan de scholencompetities deel te nemen begon ik steeds meer bekendheid te genieten. Toen begon het getouwtrek aan mij door verschillende ploegen, waaronder Independiente. Maar er waren mensen die tegen me zeiden, blaka boeba no é fen pley drape. Ik ben toen een paar keer gaan kijken en zag alleen maar piri-skin mannen en Chinezen op het veld staan.
Ludwig de Sanders toen een bekende sportman, trok ook aan mij. Ik ben toen een paar keer bij zijn club Spes Patriae gaan kijken. Uiteindelijk besloot ik voor hen te spelen. Ik heb er gespeeld tussen 1954 en 1956. Toen de meeste spelers naar Nederland waren vertrokken besloot ik toch bij Independiente te gaan spelen. Bij Independiente heb ik van 1956 tot 1960 gespeeld. In 1960 ben ik overgestapt naar De Arend. Bij De Arend ben ik lid van de club gebleven tot heden. Bij De Arend ben ik speler, trainer en coach geweest. Ik werd als speler-coach kampioen in de hoofdklasse met de club in 1969 en in 1974 en in 1980 behaalde ik als coach het kampioenschap. Bij De Arend heb ik me altijd thuis gevoeld. De Arend was voor mij net als de Boston Celtics, een grote familie met mensen die echt van basketbal hielden. Tot op heden word ik regelmatig gebeld en komen er clubleden bij mij op bezoek.’
 
Waar was u goed in met basketballen?
‘Ik was net als Michael Jordan. Ik was een hele goede schutter, bijna elk schot van mij was raak.’
 
Ja, maar die was er toen nog niet in uw tijd?
‘Hij was er niet, maar ik was er wel’, zei de heer Nijman lachend. Ik kan me nog een leuke opmerking herinneren van de eigenaar van garagebedrijf Hermelijn. Ik had mijn auto gebracht om mijn remmen te laten nakijken en hij had alle monteurs bij elkaar geroepen en had gezegd: jongens komen jullie snel kijken, deze man was Michael Jordan vóór Michael Jordan.’
 
 
Heeft u in die periode problemen gehad om goed in te passen in het spel?
‘Toen men door had dat ik heel goed kon schieten werd ik voor het eerst geconfronteerd met double teams, maar ik kende het niet althans, ik had het in Moengo nog nooit meegemaakt. Ik weet nog wel dat er een oude man in het publiek zat die me na de wedstrijd naar zich toeriep. Hij zei toen tegen mij dat ik als basketballer een goede schutter was, maar nog niet compleet was als basketballer. Hij zei toen, je moet gaan leren passen en dribbelen, als je dat kan wordt je een hele goede basketballer.
Ik heb het advies zeer ter harte genomen en ben mij op die onderdelen gaan toeleggen. Ik ging toen in mijn eentje oefenen op het Bronsplein.’
 
Kent u nog een paar namen van spelers waar u samen mee gespeeld heeft bij De Arend?
‘Ik heb samen gespeeld met Cruden, Woerdings, Jaccott, dat waren toen de wat oudere spelers, hele sportieve mannen met een groot sporthart. Ik heb ook met Lothar Codfried, Hesdy van Wilgen en Orlando Renfurm gespeeld.’
 
Hoeveel kampioenschappen heeft u als speler behaald?
‘Ik ben in 1957 en 1958 kampioen van Suriname geworden met Independiente. Ik ben in 1970 kampioen geworden met De Arend. Wij waren toen de eerste basketbalkampioenen in de Ismay van Wilgensporthal. Daarna werden wij in 1974 opnieuw kampioen van Suriname. Tot aan 1974 was ik speler en trainer tegelijk. Daarna nam Hesdy van Wilgen het van me over.
Als coach ben ik onder andere twee keer kampioen met SNL geworden en ben ik zelfs 4 keer op rij kampioen met CLD geworden.’
 
Welke jaren waren uw beste al speler?
‘De periode 1957 tot 1960.’
 
Hoe was het om met Hesdy van Wilgen in een club samen te spelen?
‘Hesdy kwam vroeger naar de training van De Arend kijken. Hij was eigenlijk voetballer, maar op een gegeven moment trok hij zijn stoute schoenen aan en vroeg mij of hij mocht mee trainen. Ik ging ermee akkoord en zo heb ik hem verder als speler gevormd.’
 
Ik heb insiders vaak horen zeggen dat zij u de beste coach vinden- en Hesdy de beste trainer van Suriname, maar wat vindt u er zelf van?
‘Het is niet omdat ik het zelf zeg, maar ik was als trainer en coach toch iets beter dan Hesdy. De buitenwereld kijkt meestal alleen naar prestaties, maar ik heb hem de fijne kneepjes van het vak geleerd.
In dezelfde periode van Hesdy, begon Orlando Renfurm, die tegenover het Bronsplein woonde, met basketballen. Kijk, Hesdy was een geboren talent, maar Orlando moest het van het harde werken hebben.’ 
 

Staand (v.l.n.r.) R. Nijman (coach), J. Chelius, R. Eudoxie, D. Spier, J. Straal, A. Faverus en O. Renfurm (assistent-coach).
Zittend I. Kemble, D. Verwey, H. Treu, G. Pang a Tjok, M. van Kallen en L. Blaaker.

Wanneer begon u ongeveer met het trainen en coachen van andere ploegen dan De Arend?
‘Met de komst van de Eenheidspartij SDP trad ik in dienst bij het Ministerie van Onderwijs als wijktrainer op het "Boysterrein" te Ma Retraite. Van daaruit ben ik mijn belangstelling verder gaan ontwikkelen als trainer en coach. Ik ben onder andere trainer geweest bij Ravens, Blue Birds, CLD, SNL en PBV. Ik heb de ploegen Ravens en Blue Birds zelf opgericht maar het gekke eraan is dat ze voor mij kampioen van Suriname werden.’
 
Heeft De Arend uw kwaliteiten maximaal gebruikt?
‘Ja hoor, zonder enige twijfel.’
 
De Arend bevindt de laatste jaren ten opzichte van het verleden steeds in degradatiegevaar waarbij ze al een paar keer de dans zijn ontsprongen, wat is hierover uw mening?
 ‘Ik vind het niet zo best. Ik heb regelmatig gesprekken met mijn zoon Cecil hierover. Hij is niet zo begaafd op het gebied van trainingen zoals ik en hij heeft het daarnaast privé gezien, erg druk. Een paar jaar geleden, was ik benaderd door De Arend om de ploeg weer te coachen en te trainen. We hadden een bijeenkomst te Republiek en ik was serieus van plan om deze taken te gaan uitvoeren, maar daarna werd ik geveld door ziekte.’
 
U zegt u werd ziek, u zit nu in een rolstoel, kunt u mij vertellen wat er toen gebeurde?
 ‘Ik had in mijn woning een val gemaakt waarbij ik een heupfractuur opliep. Tijdens de behandeling aan mijn heup heb ik tot tweemaal toe een hersenbloeding gehad. Ik ben nu halfzijdig verlamd en blind aan één oog, daarom zit ik nu al zes jaar in een rolstoel.’
 
U heeft in het verleden samen met Hesdy van Wilgen trainingen verzorgd, kunt u daar iets meer over vertellen ?
 ‘Wij gaven de B-trainers opleiding. Ik heb ook scheidsrechters opleidingen op verschillende niveaus verzorgd. Ik vond dat leuk om te doen en het was fijn dat wij op een gegeven moment de erkenning als opleiders kregen van het Surinaams Olympisch Comité die toen inzag dat het niet nodig was om opleiders uit het buitenland te laten overkomen.’
 
‘Een keer had de Surinaamse Basketbalbond, de Nederlandse Basketbalbond gevraagd om basketbalopleiders naar Suriname te sturen. Ik werd toen uitgenodigd door de heer Staphorst om kennis met de delegatie te komen maken. Dat heb ik ook gedaan en bij deze ontmoeting heb ik gesproken met de heer Clemens en de heer Pinas, laatstgenoemde was toen trainer van de nationale herenselectie in Nederland. Ze zouden in principe onverhoopt terugkeren naar Nederland omdat organisatorisch gezien er een aantal dingen fout liepen. Ik heb ze weten over te halen om te blijven en dat deden ze. Ze hebben toen een aantal clinics verzorgd.
Voordat ze vertrokken hebben ze gezegd dat ze nooit meer naar Suriname terug zouden keren zolang de heer Nijman nog ademde, omdat zolang dat het geval was, er ook voldoende kennis van basketbal aanwezig was in Suriname.’
 
‘In de jaren 80 kwam een Amerikaan naar Suriname. In de informatievoorziening naar deze man toe is men niet duidelijk geweest over het basketbalniveau in Suriname. Ik vind dat ons niveau niet eens de mindere ploegen op college basketbal niveau in Amerika haalt. Die man was coach van een collegeploeg uit de tweede divisie. Ik kwam wat later aan bij de Ismay van Wilgen sporthal waar hij zijn lessen verzorgde. Ik kwam, ik keek rond en constateerde dat, alla deng mang beng s'don loekoe a mang nek wang bawmang. Het probleem dat zich voordeed was dat de man zich alleen in de Engelse taal kon uitdrukken en het overgrote deel van de aanwezigen de Engelse taal niet beheersten. Toen heb ik de docent om toestemming gevraagd om een toelichting in het Nederlands te geven op hetgeen hij aan het doseren was. Dat vond hij goed. Ik weet nog, in de pauze kwam Zalman naar me toe en zei: nu u het heeft verduidelijkt, begrijp ik het pas! Daarna vroeg de basketbalbond mij om de docent gedurende de periode dat hij zijn lessen in Suriname zou verzorgen, bij te staan. Die man kreeg aan het einde van zijn verblijf in Suriname een bedrag van 10.000 US Dollars uitbetaald. Ik kreeg toen 10 Surinaamse guldens uitbetaald. Ik was uiteraard hier niet tevreden over, maar ik heb er niets over gezegd. Bij de uitreiking van de diploma's zei de docent het volgende: everybody who wants to know or to learn something about basketball should go to Rudi, he knows everything about basketball.’
 
Als u mij vertelt wat u allemaal gedaan heeft dan moet ik u de volgende vraag stellen, heeft u ooit een onderscheiding van de Surinaamse overheid ontvangen?
 ‘Ja ik heb er drie presidentiële en een van het SOC mogen ontvangen. Ik heb de Ridder in de orde van de palm, de Ridder in de orde van de gele ster, het Grootlint in de ere orde van de Gele Ster, en een Lifetime Achievement Award.
Ten opzichte van mijn vrouw schep ik weleens op, ik vraag haar dan mij een naam te noemen van een Surinamer die net als ik, ook drie onderscheidingen van de overheid heeft gekregen.’
 
U toont mij uw collectie aan foto’s en krantenknipsel, zit daar iets tussen wat voor u extra betekenis heeft?
‘Dit is de foto waar ik trots op ben! Ik was toen speler bij De Arend’. (Op dit moment wordt de heer Nijman emotioneel en komt een beetje moeilijk uit zijn woorden). Ik kijk regelmatig naar deze foto. ‘Ik was toen in volle glorie.
Het is hard voor mij om aan deze tijd terug te denken, dat ik toen een sterke man was en dat ik nu niet meer kan lopen.’
 
Na een kleine pauze zetten wij het interview voort. Hoeveel kinderen heeft u?
‘Ik heb 6 kinderen, 3 jongens en 3 meisjes en ik heb daarnaast nog 16 kleinkinderen.’
 
Welke normen en waarden heeft u uw kinderen meegegeven?
‘Ik heb ze vooral in ethisch opzicht veel mee gegeven. Ik heb ze erop gewezen dat de naam Nijman altijd een begrip is geweest en dat ik het op prijs stel, dat het ook zo blijft. Verder ik ben tevreden over hoe mijn kinderen functioneren in de maatschappij.’
 
Uw zoon Cecil heeft ook op hoog niveau gebasketbald, in hoeverre lijkt hij op u qua spel?
‘Cecil heeft het goed gedaan, hij heeft voor de nationale selectie gespeeld. Maar er is wel een essentieel verschil. Cecil hield van Basketbal en ik had “bakru” voor basketbal. Het spreekt wel verder voor zich denk ik! Weet je, alles wat er op gebied van boeken te vinden was kocht ik om me te verdiepen in de sport, ik liep alle boekhandels af. Ik hoefde alleen maar een bal te horen stuiten, dang mie ben de k'ba.’
 
Vindt u dat De Arend terug moet naar het Bronsplein?
‘Ja, het is een belangrijke locatie om van daaruit op zoek te gaan naar talenten op de scholen in de buurt van het Bronsplein. Vanuit de scholen is er weinig tot geen initiatief. Basketbal moet je aantrekkelijk maken voor de jeugd, daarom moet het Bronsplein weer een trekpleister worden.’
 
Wat is uw algemene indruk van het basketbalniveau in Suriname?
‘Het niveau is laag en de aanpak is vanwege het kennistekort niet goed.’
 
U heeft ooit wijlen coach Chuck Daley ontmoet, hoe was dat?
‘Dat was heel erg leuk en waardevol. Ik heb jaren geleden stage gelopen bij de Detroit Pistons, in de periode dat Isiah Thomas er speelde. Ik viel toen onder de hoede van coach Chuck Daley. Bij mijn vertrek zei hij tegen mij, don't use a lot of theory, just let the boys play basketball, give them the room to figure out things by themselfs.’
 
Meningen van anderen over de heer Nijman.

Glenn Pinas (Oud bondscoach van de Nederlandse basketbalselectie).
‘Het was voor mij een heel grote eer om R. Nijman weer te ontmoeten en samen met hem de B-cursus te mogen geven, en om later samen met zijn jeugdteams op het veld van ”Doc” (wijlen Paul Favery) een clinic te mogen geven.
Ik was zelf 11 jaar oud toen ik met basketballen begon tijdens de mulo scholen competitie en woonde vlakbij het Mr. Bronsplein, waar ik bij sv De Arend ging basketballen. De heer Nijman was er trainer en heeft mij vanaf dat moment beïnvloedt op een meer dan positieve wijze. Ik mag stellen dat hij samen met Hesdy van Wilgen er voor gezorgd heeft, dat ik een meer dan goede coach geworden ben (ook al zeg ik het zelf het is niet arrogant bedoeld) en het tot bondscoach van de Nederlandse heren ploeg heb geschopt. Ik was verbaasd door zijn vitaliteit en zijn drive om weer met de zoveelste jeugdploeg bezig te gaan. Ik ben ongelofelijk trots op hem dat ik van hem heb mogen leren hoe dit spel gespeeld moet worden en ook zijn kennis van het moderne basketbal bleek zeer up to date.’
 



Marcel van Kallen (Oud-speler van De Arend en SNL).

‘Ik heb de heer Nijman jammer genoeg niet als actieve basketballer mogen meemaken. 
Jammer, omdat hij mij zoveel kennis (technisch en tactisch) van het spel heeft bijgebracht dat je, ongeacht wat je van hem gehoord had, meteen veronderstelde dat hij een verdomd goede speler moet zijn geweest in zijn tijd. 
En natuurlijk heeft het spel zich sinds zijn actieve periode verder ontwikkeld, maar ook hij is niet stil blijven staan. 
Het enige geluk dat ik nog heb gehad is dat ik hem vanaf de middenlijn, ballen door de ring zag gooien. 
En believe me, het waren geen lucky shots. Dat bewees hij keer op keer na iedere training. Voor mij is de heer Nijman zonder twijfel één van de grootste iconen in de Surinaamse sportwereld. Ik vraag mij af wanneer zulke mensen een stand/borstbeeld krijgen in ons geliefd Suriname.’





Robert Griffith (Oud-speler De Arend).

‘Na mijn verhuizing van Wageningen naar Paramaribo in 1980 ter continuering van mijn studie, ben ik naar de Arend gehaald samen met mijn broer Floyd en Orfeo Winter. Toen leerde ik de heer Nijman van dichtbij kennen. Hij was toen trainer van de jeugdafdeling. Vanaf de eerste training heb ik kunnen merken dat hij van harde werkers hield. Hij kon je dan ook goed oppeppen om tot het uiterste te gaan. Een gezegde welke hij graag daarbij gebruikte was: ‘als je wilt rusten ga naar Mariusrust’.
Van hem mocht je alles doen, maar als je met hem solde en je vervolgens iets verkeerd deed op het veld, werd je voor schut gezet, door naast hem plaats te laten nemen op de bank. Dan begon zijn redevoering met woorden zoals: je bent een serieuze grappenmaker of begin op te warmen voor de volgende wedstrijd, of je bent een zenuwpees en zo zou ik nog een tijdje door kunnen gaan met deze uitspraken.
De heer Nijman was een psycholoog, een goede prater, een oppepper, een man die weet wat sporten- en in het bijzonder basketballen inhoudt. Als je het mij vraagt, is hij de beste basketbal coach/trainer- en waarschijnlijk ook de meest succesvolle van Suriname, zowel bij de jongens als meisjes en bij de dames en heren. De resultaten liegen er niet om.’
 
 
Lucien Cecil Nijman (zoon van Rudi Nijman en oud-speler en ex-voorzitter van De Arend).
'Rudi Nijman: mijn vader, mijn trainer, mijn GURU'
De verrichtingen van mijn vader binnen het sportgebeuren in Suriname en ook daarbuiten zijn vaak het onderwerp dat automatisch wordt aangesneden door menig oud-basketballer, wanneer je aangeeft dat je de zoon van Rudi bent. Een van deze mensen ging zelfs zo ver dat hij hem typeerde als: “ Rudi Nijman is Basketbal”. En dan is het voor jou als enig kind dat in zijn voetsporen trad, een enorme opgave die naam eer aan te doen. Nuchter denkend; natuurlijk doe je wat binnen je vermogen ligt, meer kun je niet.
Als vader heeft Rudi Nijman altijd het welzijn van zijn gezin vooropgesteld. Goed pedagogisch onderlegd, wist hij hoe hij de opvoeding van zijn kinderen ter hand moest nemen en terugkijkend naar de behaalde resultaten mag geconcludeerd worden dat hij daar een uitstekende job heeft gedaan. Natuurlijk is hierbij het aandeel van zijn vrouw, Irma van onschatbare waarde geweest, daar hij naast zijn gezin ook die passie had voor basketbal.
Ik heb in mijn jeugdjaren ook onder leiding van mijn vader mogen trainen en de sfeer zat er altijd in. De motiverende woorden, de aanwijzingen en ook de anekdotes tussendoor lieten je helemaal vergeten dat je moe was en voor dat je dacht was je weer in staat er hard tegenaan te gaan.
Tijdens mijn senioren periode heb ik alleen in de nationale selectie onder zijn leiding gespeeld, maar heb wel vaak meegemaakt hoe hij spelers van zijn teams tot veel hogere prestaties heeft weten te motiveren. Hij is bij diverse verenigingen actief bezig geweest als coach/trainer, omdat hij vooral in de laatste jaren van mening was dat hij zijn kennis zo het best verspreid kon worden.
Voor mij is mijn vader “het voorbeeld”, ook in het dagelijks leven; mijn GURU. Integriteit, was een van de belangrijkste zaken binnen de opvoeding die hij zijn kinderen gaf. En dat…… heeft ons geen windeieren gelegd.
 

Op voorstel van de heer Rudi Nijman zal Marlon Caupain vanaf het najaar van 2012 zich als ghostwriter gaan toeleggen op het schrijven van een autobiografie over zijn persoon.

U bevindt zich hier: Home Artikelen Interviews Oog in oog met Rudi Nijman

© 2012 |  Websitebeheer | Beheerpaneel
Website ontwikkeld door XI WebDesign 2012