Oog in oog met Ilonka Elmont

Het is 12 augustus 2011, ik heb net mijn eerste interview gehad en wel met de heer Rudi Nijman, een oud-basketballer. Ik ben onderweg van “Rijsdijk” naar het “Hotel Torarica” in Paramaribo, waar ik met de op 11 september 1974 geboren Ilonka Elmont heb afgesproken. Ik heb haar ongeveer 15 jaar geleden leren kennen, ze maakte toen onderdeel uit van een gezellig vriendinnengroepje.


Ik begin te zweten, ik had nog via de email laten weten dat ik op tijd in het “Torarica Hotel” zou zijn en dat is precies wat ik nu ook wil, op tijd zijn. Als ik in de omgeving van Lelydorp ben, weet ik het zeker, ik ga het never nooit redden. Ik bel met Ilonka, maar krijg haar voicemail te pakken. Later belt ze zelf en geeft ze aan dat ze wat vertraging heeft onderweg en dat ze wat later zal arriveren. Mooi, ik ook dacht ik.

Eenmaal aangekomen in de lobby van Hotel Torarica blijkt Ilonka nog niet te zijn gearriveerd, ik kijk nog even rond bij de “pool”, maar ik zie voornamelijk “gebruinde” blanke mensen, vermoedelijk vakantiegangers, in- en rondom het “zwemwater”. Ik plof neer in een van de gemakkelijke stoelen in de lobby. Na ongeveer 10 minuten zie ik de indrukwekkende en “killing verschijning” van Ilonka, het hoekje omkomen. Zij is gekleed in een zwarte blouse en strakke spijkerbroek, haarbandje om de rechterbovenarm en heeft een zelfverzekerde blik in de ogen en een glimlach op het gezicht. Wij begroeten elkaar vriendelijk, vervolgens verontschuldigt zij zich, ze wil eerst een bezoekje aan het toilet afleggen. Ik vraag me in de tussentijd af waarom ze nou eigenlijk de "killerqueen" wordt genoemd? Is het vanwege de looks, of vanwege haar vechtlust, of is het een combinatie van beide? Ik weet het niet, maar zal het zeker vragen tijdens het interview. Ilonka keert terug van haar bezoekje aan het toilet. Daarna kan het interview aan een gezellig tafeltje langs de pool in ontspannen sfeer plaatsvinden.

Ik ben niet nerveus, maar ik vind het wel erg spannend en zeker ook een grote eer om het interview met Ilonka te doen. Per slot van rekening is zij zeker niet de minste om vroeg in je sportjournalistieke carrière te ontmoeten. 'Waar heb ik eigenlijk het lef vandaan gehaald om haar te benaderen’, dacht ik. Maar goed, wie niet waagt, wie niet wint, dus laat mij maar met het interview beginnen.
 
De grootouders.
Voel jij je Surinaams of Nederlands?
‘Ik ben in Paramaribo geboren en ben tot mijn twaalfde in Suriname opgegroeid en opgevoed, dat maakt mij automatisch Surinaams. Daarna vertrok ik naar Nederland waar ik ook een deel van mijn opvoeding heb genoten. Eigenlijk is het voor mij heel simpel, ik zie mezelf als een wereldburger’.
 
Wat kan je vertellen over, de eerste twaalf jaren van je opvoeding, toen je nog in Suriname woonde?
‘Ik woonde op een boerderij in de omgeving van Lelydorp en ben voornamelijk opgevoed door mijn grootouders. Het zijn erg gelovige christenen en ik ben zelf dus heel gelovig opgevoed. Als volwassene ben ik uiteindelijk mijn eigen pad op gegaan.
Mijn grootouders hebben altijd achter me gestaan, ze hebben ervoor gezorgd dat ik niets tekort kwam. Ik ben heel beschermd opgevoed. Ze hebben me altijd gestimuleerd om in mezelf te geloven en te vertrouwen, om nooit het slechte pad op te gaan of anderen te benadelen. Weet je, dit zijn ook de ouderwetse waarden en normen die goed voor me hebben gewerkt en die ik ook aan mijn zoon en de jongeren waarmee ik samenwerk, doorgeef’.
 
                                                                                                                                        

Door wie ben je na je twaalfde in Nederland opgevoed en hoe verliep de opvoeding?

‘Ik ben bij mijn vader en moeder gaan wonen in Amsterdam. Mijn moeder is voordien naar Nederland verhuisd om te gaan studeren en werken.
Inmiddels is ze een topjurist en werkt zij bij de gemeente in Amsterdam Zuidoost.
Mijn opvoeding verliep prima, hier en daar wat scherpe kantjes en uitdagingen, maar dat vormt je als mens’.
 
Hoe is je band met je ouders?
‘Prima, mijn ouders hebben mij vrij jong gekregen. Rond hun 17e-   en 18e  jaar, het was best moeilijk voor ze in die tijd, maar ze zijn en blijven mijn ouders, ik heb een hele sterke (vriendschaps)band met hen en dat is heel prettig’.
 
Heb je broers en zusters, zo ja, hoe is de band met hen?
Ik ben de oudste van vijf kinderen uit twee verschillende gezinnen. Ik heb een broertje Donovan van mijn moederskant, hij zit in de muziekindustrie, hij schrijft, rapt en is nogal succesvol. Zijn artiestennaam is Ell-I-Dee, hij is 22 jaar oud.
Ik heb verder twee broertjes en een zusje aan vaders kant: Ralph is 26 jaar en studeert economie aan de Universiteit, Andrew is 24 jaar oud en is een professioneel basketballer bij De Friesland Aris en
Jo-Ann, zij is 19 jaar oud en studeert rechten en doet modellen werk naast haar studie.
Onze band is hecht en wanneer we elkaar ontmoeten is het altijd heel erg leuk’.
 
Wat is de reden geweest om je enkele jaren geleden weer in Suriname te vestigen?
 ‘Nou, in eerste instantie was dat niet de bedoeling. Ik wilde gewoon wat terug doen voor Suriname en daar zou het eigenlijk bij blijven. Toen zag ik dat de nood hoog was om projecten op te zetten van het kaliber dat ik tot nu toe heb gedaan. Ik besloot toen met toewijding me daarop te gaan storten.  
Nu heb ik een zoon van 2,5 jaar en ik wil dat hij zich in de eerste 10-15 jaar in de tropen opgroeit, daarna zien we wel verder. In Suriname heeft hij meer vrijheid en ruimte dan in Nederland en ik ben van mening dat kinderen die in de tropen zijn opgegroeid, mentaal gezien veel sterker in hun schoenen staan. Ze hebben veel meer ervaring in het leven, bijvoorbeeld met dieren, naar het bos gaan, vissen, jagen, noem maar op, het is een “andere” voorsprong’.
 
Je woont nu een tijdje in Suriname, mis je Nederland?
‘Ik mis sommige dingen van Nederland zoals het gevoel van vakantie dat bij me opkomt als ik van Amsterdam naar bijvoorbeeld Zeeland zou rijden, de ruimere keuze die er in Nederland is als je gaat shoppen, soms mis ik de professionaliteit, de Nederlandse nuchterheid en met het laatste bedoel ik dat je iemand makkelijk op diens fouten kan wijzen zonder dat ze het meteen persoonlijk zien’.
 

 Ilonka de professional fighter.
Hoe is je belangstelling voor de gevechtssport ontstaan?
‘Ik had er helemaal geen belangstelling voor, ik ben jaren geleden door mijn toenmalige buurman Jerry Morris na ongeveer een half jaar vragen met hem mee gegaan naar de sportschool. Ik weet nog het was een dinsdagochtend die eerste keer, en vervolgens was ik degene die steeds aan zijn hoofd zeurde om weer te gaan trainen. Maar diezelfde eerste les ben ik ook ontdekt door de trainer Luciën Carbin, die tegen me zei, wil je niet voor mij komen vechten, ik maak je binnen een jaar kampioen. Ik vroeg me af of die man een grap maakte, want ik kende hem toen niet. Ik ben nog eerst op vakantie geweest en heb daarna het besluit genomen om het toch maar een kans te geven. Ik heb met Carbin een gesprek gehad en hij zei tegen me dat ik me 110 procent moest inzetten en bereid moest zijn om 2 tot 3 keer per dag te trainen en dat werd de weg die ik insloeg’.
 
Dat besluit om met Carbin in zee te gaan heb je snel genomen, hoe kwam dat?
‘Ik ben iemand van snelle besluiten, maar ik kon er ook voor de volle honderd procent achter staan, zelfs tegen de mening van mijn familieleden in. Ik heb toen mijn baan in Utrecht opgezegd en ben gaan trainen. Ik was 22 jaar, ik was een volwassen vrouw en vond dat ik de risico’s van mijn besluit ook moest kunnen dragen’.
 
Wat was het wat Carbin toen in jou zag?
‘Ik denk dat hij talent en passie zag en dat ik niet opgaf. Ik had eigenlijk de juiste ingrediënten in me zitten voor de gevechtssport. Ik was toen een “wilde bras”, maar hij heeft dit weten te temperen’.
 
Carbin had al zijn plan om je binnen een jaar kampioen te maken, wat was eigenlijk jouw plan?
‘Ik had geen ander plan, ik wilde ook zien of hij me inderdaad kampioen zou kunnen maken binnen een jaar. Als het zou lukken, zou ik vanaf dat punt verder kijken en nieuwe doelen stellen. Ik werd toen ook binnen een jaar kampioen van Nederland. Twee maanden later werd ik Europees kampioen en weer enkele maanden later werd ik wereldkampioen. Carbin heeft zich eigenlijk beter aan de afspraken gehouden dan toen we met elkaar in zee gingen met het doel kampioen van Nederland te worden. En ja, voor mij gold ook dat winnen lekker was en dat het een verslavend effect op me had’.
 
Jij hebt Muay Thai gedaan, kan je de leek uitleggen wat dat is?
‘Het is een vorm van kickboksen, waarbij je ook je ellebogen als wapens kan inzetten en er is een balans-verstoor-onderdeel. Het is eigenlijk veel completer dan thaiboksen’.
 
Hoe kwam je aan de bijnaam van “killerqueen”?
‘Dat kwam door een liedje van Wu Tang Clan, over de Braziliaanse bijen dat ze dodelijk zijn, ze blijven aanvallen en daarmee associeerde het publiek en de mensen uit de sportschool mijn gevechtsstijl’.
 
Welke meerwaarde heeft Nederland gehad voor je ontwikkeling op sportgebied?
‘In Nederland heeft men een professionelere instelling, er is goede begeleiding, de sportvoorzieningen zijn goed, de medische begeleiding is goed, zeker bij blessures en niet te vergeten de revalidatie die daarbij hoort’.
 
Je hebt een paar verlies partijen tijdens je professionele carrière gehad, wat kan je mij hierover vertellen?
‘Het zijn 3 wedstrijden in het buitenland geweest die ik onterecht heb verloren. Het is moeilijk vechten in het buitenland, als je daar wil winnen kan je dat eigenlijk alleen maar doen middels een knock-out.
Maar goed, ik ben heel erg tevreden met mijn staat van dienst als professionele vechter, ik denk dat een lijst met enkele verliespartijen iets meer tot de verbeelding spreekt dan een lijst met alleen maar overwinningen. Want als je een wedstrijd verliest, leer je hier ook mee omgaan, dat is dus de toegevoegde waarde. Natuurlijk ben je na een verliespartij woest en snel geprikkeld, ik kon er soms weken niet van slapen. Maar goed, je leert er van en je gaat dan meer op knock-outs trainen. Het klinkt nu misschien heel eenvoudig, maar dat was het niet, want ook je tegenstanders bereiden zich er op voor niet knock-out te gaan en om jou als tegenstander knock-out te slaan.
 
Waar was je goed in met Muay Thai?
‘Ik had een onorthodoxe gevechtsstijl, doordat ik rechtshandig en linksbenig was, waardoor ik met mijn rechtervoet voor vocht. Normaal gesproken sta je met je linkerbeen voor, als je rechtshandig bent. Mijn kracht was het aan elkaar plakken van combinaties, dus als de tegenstander te dichtbij kwam ging ik clinchen, als je die op armlengte afstand stond, ging ik over op boksen en als de afstand wat groter was ging ik over op trappen. Verder had ik een goed uithoudingsvermogen’.
 
Heb je ooit ernstige blessures tijdens wedstrijden opgelopen?
‘Los van een blauw oog en wat blauwe plekken op mijn lichaam moet ik zeggen, neen. Ik heb wel een keer tijdens een training een scheur in het bot bij mijn pols opgelopen. Nadat ik in het AMC hieraan verholpen was stond ik de volgende dag weer in de gym te trainen, met mijn andere hand en overige wapens die ik nog had. Ik heb ook een keer een scheur in een middenvoetsbeentje opgelopen, maar dat mag geen naam hebben’.
 
Met welke identiteit stapje je de ring in?
‘In veel van mijn gevechten kwam ik met twee vlaggen de ring in, de Nederlandse vlag en de Surinaamse vlag’.
 
Wanneer stopte je met je professionele carrière?
‘Dat was in 2009, ik was toen 35 jaar oud. Ik had in 2005 ook een jaar een sabbatical genomen, omdat ik weinig aanbiedingen kreeg om te gaan vechten, er waren gewoon weinig geschikte tegenstanders. In deze periode ben ik onder andere gaan squashen en golfen, en ben de mediawereld in gegaan. Daarna heb ik in 2006/7 nog een paar wedstrijden gevochten’.
 
Kijk je nog steeds je wedstrijden terug?
‘Nu niet meer, maar na een wedstrijd soms wel 10 keer waarbij de strategie was om alles op te sporen, wat ik verkeerd had gedaan, maar dat gebeurde ook bij een gewonnen wedstrijd’.
 
Heb je wat geld kunnen overhouden aan de gevechtssport?
‘Ja, ik heb binnen Nederlandse begrippen voor een vrouwensport, redelijk verdiend. Interviewer: ‘Ben je dan miljonair?’ Ilonka reageert lachend;  ‘voor mijn gevoel verdien ik het wel, maar ik ben het niet.
Je verdient wel een aardig bedragje bij een gewonnen wedstrijd, maar uiteindelijk moet je het toch vooral van sponsoring hebben’.
 
Heb je ooit “trash talk” gebruikt in de ring?
‘Neen, dat vind ik echt niks, dat past niet bij me, ik praat met mijn vuisten en mijn benen. Ik heb wel aan psychologische oorlogvoering gedaan door aan het begin van een wedstrijd naar de trainer van de tegenstander toe te stappen en die succes toe te wensen’.
 

Overige activiteiten.
Je leven nam op een gegeven moment na de sport een geheel andere wending, kan je daar iets over zeggen?
‘In het jaar dat ik een sabbatical nam heb ik heel veel media aandacht gehad. Er was iets in mij wat de aandacht van de media wist te trekken. Ik denk zelf dat het kwam omdat ik me als zwarte vrouw kon handhaven in de dominante mannenwereld binnen de gevechtssport en uuh …. ik zie er niet slecht uit’. Interviewer: ‘wat ben je erg bescheiden over je uiterlijk?
Ilonka: ‘ach ja, zo ben ik nu eenmaal, ik loop er nooit mee te koop.
Ik heb toen ook sociale projecten gedaan, ik was door de topsport een rolmodel geworden voor velen en ik wilde mijn voorbeeldfunctie goed benutten ten gunste van de samenleving.
Ik heb toen 5 jaar lang gedetineerde jongeren in de omgeving van Amsterdam getraind. Ik kon op deze wijze een bijdrage leveren aan de resocialisatie van deze jongeren in de maatschappij. Ik heb ook met “hangjongeren” gewerkt, kortom ik heb verschillende sociale projecten gedaan. Door al mijn activiteiten ben ik op een gegeven moment uitgeroepen tot ereburger van Amsterdam.
Ik heb ook wat andersoortig werk gedaan, ik heb acteerwerk en modellenwerk gedaan’.
 
Hoe ben je in de film- en tv industrie terechtgekomen?
‘Ik ben op een gegeven moment benaderd voor een rol in de televisieserie van ‘Bureau Van Speijk’. De scriptschrijver had al een tijdje mijn handel en wandel gevolgd en had toen in het script mijn 
personage geschreven en dan bedoel ik echt de persoon die ik ben. Ik heb de rol niet gekregen omdat ik geen acteerervaring had, zodoende ben ik acteerlessen gaan volgen. Ik heb daarna in onder andere

‘Color Me Bad’ gespeeld en in verschillende korte films en enkele tv-series waaronder ‘Bureau Van Speijk’ en ‘Schimmen’.

 
 Heb je al meegespeeld in een film in Suriname?
‘Ik heb een klein rolletje gespeeld in een film, dat heb ik gedaan omdat een bevriende persoon mij dit vroeg nadat een van de acteurs was uitgevallen. Een paar weken geleden heb ik wel meegewerkt aan pilot voor een televisieserie op de Surinaamse buis’.
 
De Surinaamse filmindustrie is in ontwikkeling, ga je hierin ook een bijdrage leveren?
‘Als het past binnen mijn agenda werk ik er zeker aan mee en als ik kan helpen door de filmindustrie een boost te geven door mijn naam eraan te verbinden, zal ik het zeker doen’.
 

‘Neen, ik vind dat je eigenlijk alle rollen moet kunnen spelen, ik kan me wel voorstellen dat je sommige elementen uit een rol niet wil spelen. Ik heb het eerste jaar in ‘Bureau Van Speijk’ een hoertje gespeeld, dat zou men in Suriname niet zo snel doen omdat je in de samenleving al gauw met de rol wordt geassocieerd’.Zou je als actrice bepaalde rollen weigeren te spelen?
 
Betekent dat dat je deze rol niet in Suriname zou spelen?
‘Neen hoor, ik zou het gewoon spelen, want dat maakt je er slot van rekening tot acteur’.
 
Ik vond de aflevering waarin je mee deed met ‘Waar Is De Mol’ best leuk, maar hoe heb je dat zelf ervaren?
‘Het was voor mij leuk om te doen omdat ik van reizen en culturen hou en ik was nog nooit in Afrika geweest. Ik ben in Oeganda samen met Johny de Mol naar de boksschool geweest waar Idi Amin gebokst heeft toen hij klein was. Ik ken Johny de Mol al ongeveer 15 jaar en we zijn goed op elkaar bevriend. Op mijn aandringen heeft hij ongeveer een jaar later een aflevering van ‘Waar Is De Mol’, toen samen met Bridget Maasland in Suriname opgenomen. Ik heb hem toen achter de schermen een beetje met zijn planning geholpen’.
 

De sportende Surinamer.
Kan je een vergelijking qua mentaliteit tussen Surinamers en Nederlanders?
‘Er is zeker een verschil tussen beide landen, neem bijvoorbeeld een man die in Nederland naar zijn werk fietst, hij racet als het ware naar het werk, als een Surinamer in Suriname naar het werk gaat,
neemt hij zijn tijd, dat is een verschil in mentaliteit. Ik denk dat op deze wijze de gemiddelde Nederlander ook in het leven staat, hij wil zijn dingen snel en goed gedaan hebben, om vervolgens weer verder te gaan. De Surinamer is daarin een stuk relaxter, waardoor de weg naar de eindbestemming vaak langer duurt. Kijk, deze houding heeft zijn voordelen en zijn nadelen.
De Surinamer houdt van sporten maar dat geldt lang niet voor iedereen. De groep die fanatiek aan het sporten is, is veels te klein. Getalenteerde sporters zijn veels te snel tevreden, wanneer ze iets goed doen, waardoor ze niet het maximale uit zichzelf halen, want wat je goed doet, kan ook beter. Ook de professionele begeleiding speelt een bijzondere rol in deze, wat tot zover nog niet op internationaal niveau is, it takes time, but …. we are getting there.
Samenvattend kan je zeggen dat het een mentaliteitskwestie is, gewoon een kwestie van doorzetten’.
 
Wat is je visie over de deelname van vrouwen aan de sport in Suriname?
‘Het is in mijn ogen op een te laag pitje, er is natuurlijk wel wat aandacht voor vrouwen die basketballen, voetballen volleyballen en slagbal spelen. Als ik naar de sportmedia kijk, dan is mijn conclusie dat er voor sportende vrouwen bitter weinig aandacht is. Maar dat heeft denk ik meer te maken met de mensen die op zo’n sportredactie zitten. Vrouwelijke (top)sporters hebben meer waardering nodig vanuit de sportmedia‘.
 
Gelet op je ambities zie ik je in mijn gedachten al als minister van sport of als voorzitter van het Surinaams Olympisch Comité acteren, wat is daarop je mening?
‘Ik heb er niet over nagedacht, maar misschien is dat iets wat ik in de toekomst op me zou willen nemen. Ik kan verantwoordelijkheid dragen. Interviewer, ‘ik zie je graag een functie bekleden binnen het Surinaams Olympisch Comité, dat zou een mooi opstapje zijn en ik denk dat je vanuit die positie nog meer voor Suriname zou kunnen betekenen voor de sport, maar dat geef ik je mee ter overdenking’.
 
Werk.
Wat doet je Foundation precies?
Ik ben binnen de foundation meer bezig met het uitzetten van de structuren, maar wat ik wil is mijn bijdrage leveren om de sportontwikkeling in Suriname op gang te krijgen.
Ik hanteer verschillende thema’s, ik heb in 2007 en 2008 een event georganiseerd voor de gevechtsport. Het thema was dat dromen realiseerbaar zijn als je er voor knokt. Tijdens een dergelijk evenement krijgen de deelnemers de gelegenheid om met meerdere gevechtssporten kennis te maken en door hun kaartje te kopen leverden zij een bijdrage aan de sportontwikkeling van Suriname.
Verder heb ik een paar keer vanuit Nederland sportmaterialen verzameld die ik heb gedoneerd aan kindertehuizen, instellingen en sportbonden.
Ik ben ook bezig met kinderen in Suriname waarbij ik probeer hun gevoel van kansloosheid weg te nemen. Ik probeer al spelenderwijs jongeren aan het sporten te krijgen. Het is goed dat ze ervaren dat ze met iets positiefs bezig zijn. Ik wil ze een bredere oriëntatie op sport geven. Bij de jongens in Suriname is alles wat de klok slaat voetbal en bij de meisjes is dat slagbal.
Wij hebben in samenwerking met het ROC van Amsterdam en het SKMO in Nederland train-de-trainers project ontwikkeld, op basis waarvan 169 mensen zijn opgeleid in 5 districten. Dat zijn allemaal mensen die al een sportachtergrond hadden maar die extra bekwaam zijn gemaakt om deze doelgroep gemakkelijk te kunnen bereiken en uiteraard begeleiden. Ik moet zeggen het is echt nobel werk om te doen.
Ik heb een sportcomplex gebouwd in het district Para en aan de gemeenschap gedoneerd. Het sportcomplex vertegenwoordigt een waarde van  USD 101.300,00. Momenteel ben ik met de bouw van een stadion bezig in Brownsweg (Brokopondo), met een waarde van USD 729.500, 00. Dit stadion wordt in het eerste kwartaal van 2012 opgeleverd en overgedragen aan de lokale bevolking.
Daarnaast ben ik bezig met het schrijven van een projectplan voor een Health Center. Sporters zouden hier professionele begeleiding moeten krijgen, op het gebied van fitness, vechtsport, sportmanagement, medische adviezen- en begeleiding’.
 
Hoe lukt het jou om sponsoren te vinden?
‘Mijn voordeel is dat ik al een reputatie heb opgebouwd met het behalen van resultaten met mijn stichting. De stichting heeft 14 projecten met succes afgerond. Een van mijn grootste projecten was de bouw van een voetbalstadion in het district Para. Ik ben inmiddels met mijn stichting bezig met de bouw van een tweede stadion. Natuurlijk moet het administratief ook goed geregeld zijn, dat betekent dat alles klopt binnen het projectplan en dat alles klopt rondom de financiering. Nogmaals, ik maak goed gebruik van mijn list of achievements om dit allemaal te kunnen verwezenlijken’.
 
Wie zijn je sponsoren?
‘Mijn sponsoren komen uit Suriname en uit het buitenland. In Suriname mag ik op steun rekenen uit het bedrijfsleven en voor een deel de overheid’.
 
Jij hebt al veel bereikt de afgelopen 15 jaar, maar heb je nog een ultieme droom?
‘Ik heb eigenlijk meerdere doelen, ik wil op korte termijn zoals eerder gezegd een Health Center opzetten in Suriname, en ik hoop dat over 20 tot 30 jaar zal blijken dat de projecten die ik nu heb opgezet een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling van Suriname. Ik zou ook nog een goede motivational speaker willen worden, ik krijg vaker het advies om me hierop verder te gaan specialiseren’.
 
Je hebt al een paar motivational speeches gehouden, wat is de kern van je boodschap die je uitdraagt?
‘Mijn thema is persoonlijk leiderschap, het gaat hierbij om bewustwording, reflectie en dan van daaruit kijken naar de beperkingen en deze omzetten in uitdagingen om ze zodoende te verbeteren. Dan krijg je een positieve in plaats van een negatieve benadering. Maar de kern van mijn boodschap is het verkrijgen danwel stimuleren van bewustwording en persoonlijke ontwikkeling’.
 
Things to know about Ilonka.
 
Heb je op dit moment een relatie?
‘Neen, ik ben single’.
 
Ilonka, je bent een knappe vrouw, hoe ga je hiermee om?
‘Ik krijg wel vaker complimenten van mannen en vrouwen over mijn looks, uiteraard voelt het heel goed aan om het te horen, soms wordt ik er verlegen van maar zelf vind ik het heel gewoon’.
 
Wat zijn je hobby’s?
‘Ik hou van reizen, vooral het kennismaken met andere culturen boeit me’.
 
 Op welke wijze ben je persoonlijk nog met de sport bezig?
‘Ik train bijna dagelijks, ik doe vooral aan thaiboksen en krachttraining. Daarnaast geef ik ook privélessen in thaiboksen’.
 
Hoe is het gesteld met de beheersing van je eigen agressieve impulsen?
‘Ik kon vroeger heel impulsief reageren en kon daardoor makkelijk in een vechtpartij belanden op straat, maar ik sloeg nooit eerst, pas als men aan me zat’.
 
Heb jij je weleens in je tijd als professionele vechter bemoeid met een vechtpartij op straat?
‘Dat is een paar keer gebeurd, waarbij dan door mijn ingrijpen iemand bewusteloos raakt ... ja, dan krijg je de politie op je dak. Dan maak je aan hun duidelijk dat je het gevecht niet bent begonnen. Maar gelukkig heb ik nooit voor een rechter hoeven verschijnen’.
 
Ilonka, je bent moeder, hoe ervaar je je moederschap?
‘Moederschap is veel leuker dan ik gedacht had dat het zou zijn. Ik had verwacht dat het een beperking op mijn leven zou leggen, dat ik minder vrijheid zou hebben om bv te gaan reizen. Ik was gewend veel te reizen zonder overleg. Kinderen krijgen heb ik lang voor me uitgeschoven, omdat ik er nog niet aan toe was en veel wilde ondernemen met mijn leven, maar als ik nu kijk hoe leuk het is, war ik er eerder aan begonnen. Mijn zoon heet Jaedon, hij is 2 jaar. Het is leuk om een kind te zien groeien en om de ontwikkelingen te volgen, eigenlijk zou ik best nog een tweede willen, maar ik zie er een beetje tegenop om weer met zo’n grote buik te gaan rondlopen’, zegt Ilonka lachend.
 
Wat verwacht je in de toekomst van je zoon op sportgebied?‘Nou kijk, sporten is bij mij verplicht, ik zal hem zo breed mogelijk laten oriënteren om een sport uit te zoeken die goed bij hem past’. Hoop je dan stiekem dat hij een gevechtsport kiest?
‘Liever niet, ik zal hem wel de gevechtssport leren, zodat hij op een hoog niveau zijn mannetje zou kunnen staan. De meeste gevechtssporten zijn geen Olympische sporten, ik zie hem zich liever toeleggen op een Olympische sport, want die hebben een breder draagvlak, maar als hij toch voor bijvoorbeeld Thaiboksen zou kiezen, zou ik het wel accepteren en hem voor de volle honderd procent steunen. Als hij naar het buitenland zou moeten verhuizen voor een betere begeleiding of training, zou ik met hem mee gaan om hem te ondersteunen’.
 
Wat zijn je positieve- en negatieve eigenschappen?
‘Ik ben erg ambitieus, ik heb een transparante houding en ben positief ingesteld, ik ben erg gemotiveerd en heb een oplossingsgerichte- en op resultaat gerichte benadering in het leven. Mijn negatieve kanten zijn dat ik vaak ongeduldig ben, en dat mijn temperament me soms parten kan spelen’.
 
Hoe is het tegenwoordig gesteld met je energie niveau?
‘Ik zit nog steeds boordevol energie, maar ik kan het goed kanaliseren, vanwege mijn werkzaamheden als projectleider en mijn taak als moeder van een zoontje van twee’.
 
Ben je gelovig?
‘Neen, niet echt, maar Ik haal wel bepaalde elementen uit verschillende geloofsovertuigingen zoals het boeddhisme, christendom en de islam. Het boeddhisme is voor mij erg ondersteunend als het gaat om mijn persoonlijke ontwikkeling, mijn zelfkennis, vreedzaamheid en bewustwording. Uit het christendom haal ik bepaalde spreuken die naar mijn idee ergens op slaan en waar ik wat aan heb’.
 
Handtekeningen uitdelen in Suriname lijkt me een on-Surinaams gebeuren, maar wordt je vaak gevraagd om je handtekening geven?
‘De tijden zijn wel veranderd, zeker onder de jongeren heb ik vaker een handtekening op een t-shirt, patta of jeans mogen plaatsen. Uiteraard wordt je ook vaak gevraagd met iemand te poseren voor een foto’.
 
Ik heb wat onderzoek op het internet gedaan en kwam er achter dat nogal wat mensen vinden dat je arrogant bent, wat is je mening daarop?
‘Mensen zijn vrij om dat te vinden, maar ik vind mezelf niet arrogant. Arrogantie wordt in mijn visie vaak ten onrechte als negatief bestempeld, ik ben een zelfbewuste vrouw en ik sta stevig in mijn schoenen, dat is mijn mening. Een topsporter mag of moet misschien arrogant zijn, omdat ze niet tot de grote grijze massa in de samenleving behoren. De mening van de ander, is altijd van de ander, hoewel ik denk dat de mensen die dit over me zeggen hetzelfde zouden doen wanneer ze in mijn schoenen zouden staan, ze zouden ook zelfbewust zijn. Als je de ring instapt en je bent niet zelfverzekerd, heb je de wedstrijd bij voorbaat al verloren. Maar goed, dit zijn niet de dingen waar ik me in het dagelijks leven over druk maak, ik maak me druk over dingen die ik kan veranderen’.
 
Heb je ooit nagedacht om een boek met je autobiografie te laten uitbrengen?
‘In principe wel, er zijn twee uitgevers die mijn vanuit Nederland met deze vraag hebben benaderd. Ik zou wel een ghost-writer nodig moeten hebben, dus iemand die het verhaal voor me zou willen opschrijven, dus.. ja, ik zou het wel willen’.
 
Wat is je mening over president Bouterse?
‘Er loopt in Suriname een rechtszaak (vanwege de decembermoorden) tegen hem maar volgens mij geldt you are innocent until proven guilty. Voor de families en nabestaanden vind ik het verschrikkelijk wat er toen gebeurd is. Alleen de mensen die erbij betrokken waren weten precies wat zich toen heeft afgespeeld, voor de rest is het een raadsel.

Ik ben eigenlijk helemaal niet politiek onderlegd, maar vindt wel dat de president erg sportminded is en dus de sport een warm hart toedraagt. In die zin zitten we wel op dezelfde golflengte als het gaat om de sportontwikkeling in Suriname’.

 
Wat zou je over 10 jaar bereikt willen hebben?
‘Ik hoop dat jongeren over 10 jaar veel meer sport-minded zullen zijn dan nu. Sport is belangrijk voor je ontwikkeling. Sport leert je doelen stellen, het leert je resultaten behalen. Het leert je omgaan met winst en verlies, het heeft een competitie element, het leert je om je grenzen op te zoeken en deze te verleggen, en het levert een bijdrage aan je karaktervorming. Het is wetenschappelijk bewezen dat sporten leidt tot betere leerprestaties op school, daarom hoop ik dat Suriname meer sport-minded zal zijn over 10 jaar en dat we dicht in de buurt komen van een land als de Verenigde Staten’.
 
Heb je mediatraining gehad?
‘Neen, zegt Ilonka lachend, maar als je lang genoeg meegaat in de sportwereld weet je heus wel wat je wel- of niet kan zeggen’.
 
Tot slot heb ik een vraag die mij behoorlijk intrigeert. Ik ben 1 meter 92 lang en heb een gewicht van 93 kilo, hoeveel kans maak ik tegenover jou in de ring?
‘Nou een basketbalwedstrijd zou je zonder twijfel van me winnen, maar vechten, zeker niet. Je zou me misschien een rake klap kunnen uitdelen, die me fataal wordt, maar die kans is bijna te verwaarlozen’, zegt Ilonka al grinnikend, waarschijnlijk in haar hoofd genietend van het beeld dat ik languit knock-out op de vloer in ring lig’.
 
De kampioenschappen uit de profcarrière van Ilonka Elmont
  •  Wereldkampioen          IMKO –50,8KG                                                                             
  •  Wereldkampioen          WPKL –50,8KG 
  • Wereldkampioen          IMKO –51,0KG
  •  Wereldkampioen          WPKL -52,1KG 
  • Wereldkampioen          WMTC –51,5KG 
  • Wereldkampioen          WPKL –50,8KG 
  • Wereldkampioen          WMTC –51,5KG 
  • Europees kampioen     EPMTF –50,8KG 
  • Nederlands kampioen   NKBB –50,8KG 
  • Nederlands kampioen   MTBN –52,1KG   

 

U bevindt zich hier: Home Artikelen Interviews Oog in oog met Ilonka Elmont

© 2012 |  Websitebeheer | Beheerpaneel
Website ontwikkeld door XI WebDesign 2012