‘Ik voel mij gecriminaliseerd, geprovoceerd, geïntimideerd en vernederd’

 

Schipholrz

 De luchthaven Schiphol.

Door Marlon Caupain

Amsterdam,  31 juli 2013 – Uit angst voor represailles heb ik even getwijfeld om in mijn pen te klimmen, maar heb snel besloten het toch te doen en het gevoel van rechtvaardigheid te laten zegevieren. De Koninklijke Marechaussee is het namelijk niet erg gewend weerwoord van Surinamers te krijgen. Vandaag kwam mij neef uit Suriname aan. Omdat ik moest werken had ik vanwege de relatief korte reisafstand afgesproken, dat ik hem pas na onderling telefonisch contact zou ophalen, wanneer hij de talrijke controleposten was gepasseerd. Zo doe ik dat de laatste jaren met mijn bezoekers die op Schiphol arriveren. Dat scheelt met het grootste gemak een wachttijd van 2 uur, maar zeker ook wat parkeercentjes. En het laatste kan dezer dagen handig zijn.

Het telefoontje

Rond de klok van 10 werd ik door de Koninklijke Marechaussee gebeld. “We hebben uw neef hier zitten. Hij kan het land niet inreizen. Klopt het dat u garant voor hem staat?” ‘Ja dat klopt’ zeg ik, ‘alle benodigde bescheiden liggen bij de Nederlandse ambassade in Paramaribo.’ “Wij willen een kopie waaruit blijkt dat u garant voor hem staat?’’ ‘Wat is dit voor vreemde gang van zaken? Ik heb dit nooit eerder meegemaakt. Hij is zeker niet de eerste voor wie ik garant sta. Zowel de Gemeente en de Ambassade hebben ons hierover nooit geïnformeerd, dat je in het bezit van een kopie moet zijn.’ “Dat had toch moeten gebeuren meneer. Zou u naar Schiphol willen komen, zodat u alsnog de garantstelling kan ondertekenen?” ‘Natuurlijk’, zei ik heel geïrriteerd.

De vernedering

De Surinamers onder de lezers kennen ongetwijfeld dit fenomeen. De Surinaamse samenleving, is een ons kent ons samenleving. De sociale controle is erg groot. Sociologen spreken zelfs over een schaamtecultuur. De aankomsthal was extra druk. Met een tijdsverschil van ongeveer 3 uur werden er twee vluchten uit Suriname verwacht, dus a san be spang (het was druk). Zoals afgesproken kwam er een geüniformeerde heer van de Koninklijke Marechaussee, richting de drukte gelopen. Ik vroeg hem of hij degene was met wie ik had gesproken. Ik zei ‘dag, ik ben Marlon Caupain, ik heb u eerder telefonisch gesproken.’ Ik stak mijn hand uit ter begroeting. Ik hield mijn hand inmiddels langer dan 10 seconden in een hoek van 90 graden. Nog steeds geen reactie. Ik liet mijn hand vervolgens vol schaamte langs mijn lichaam vallen en voelde mijn 1.92 meter slinken tot 1.30 meter. Was ik te min, stonk ik, of wast het een ander probleem? Toen hoorde ik prompt de zekeringen in mijn hoofd één voor één tot ontploffing komen en kwam ik tegelijkertijd als mens weer snel tot leven. Alleen mijn reservezekering was nog in werking. Deze zekering weet mij altijd, los van de emoties die op dat moment een rol spelen, binnen de grenzen van het toelaatbare te houden. Dit speelt zich allemaal af in een situatie waarbij de ogen van alle aanwezigen in de aankomsthal, met dodelijke precisie op je zijn gericht. Je kan het ze bijna horen denken. “Zeker problemen met drugs” Hier en daar zag je een verbaasde blik, of werd er met een afkeurende blik in mijn richting gekeken. ‘In mijn hoofd wordt op dat moment de oorlogsverklaring ondertekend. Nadat hij nog even een doublecheck heeft gedaan, om er zeker van te zijn dat ik voor de juiste persoon langskwam, stak hij zijn hand uit om mij te begroeten. ‘Maar meneer sorry hoor, u denkt toch niet dat ik nu uw hand ga schudden,’ zei ik heel geïrriteerd. “Waarom niet dan”, zei hij uiterst verbaasd. ‘Omdat u superonbeschoft bent.’ Hij reageerde opnieuw erg verbaasd. “Wilt u zich legitimeren meneer,” zei hij vervolgens op dreigende toon. ‘Ik vroeg waarom?’ “Wilt u zich legitimeren meneer?” Ik zei: ‘dat kan, alleen niet hier.  “Waarom niet” ‘Omdat u mij aan het criminaliseren bent en mij vernedert ten overstaan van een groot publiek.’ Beste lezers, ik had zijn handelswijze wellicht niet erg gevonden, op het moment dat ik over een criminele carrière beschikte, maar deze heb ik niet. Dat maakte de zaak des te vervelender. “Dan kan uw neef Nederland niet inreizen meneer.” ‘Dan niet zei ik, met de kruisraketten in mijn gelaat, inmiddels in opperste staat van paraatheid.’ “Loopt u maar even met mij mee, dan gaan we naar een rustige plek.” Ik liep mee en liet mijn rijbewijs zien, waarop hij prompt zei: “oh, het is een oudje en het valt bijna uit elkaar.” ‘Ja dat klopt,’ zei ik. Uw overheid gebruikt inferieur materiaal voor dit product, waardoor wij de 10 jaar die er voor staan niet redden. Maar ik kan u geruststellen, ik heb afgelopen donderdag met lood in mijn schoenen, toch maar een nieuwe aangevraagd.’ “Hmm inferieur, wat een mooi woord,” zei hij verrast. Toen mocht ik meelopen naar wat in diensttermen van de Marechaussee, Grenspost 4 wordt genoemd. Daar zit je ongeveer op 75% van de totale 100% controle.

Grenspost 4

Daar zag ik mijn neef rustig onderuit gezakt, voor het kantoor zitten. We gaven elkaar een brasa en ik probeerde hem meteen wat op te beuren. Ik voelde me meteen schuldig. Hoe had ik kunnen voorkomen dat dit hem overkwam? Trouwens hij had niks verkeerds gedaan, maar ik had wel erg met hem te doen. De Marechaussee kwam naar me toe. “Ik moet een check naar de garantstelling doen. Wat is uw beroep? Waar werkt u? hoeveel verdient u? Bij welke bank heeft u uw rekening?” Beste lezers al deze informatie ligt al een paar maanden bij de Nederlandse ambassade te Paramaribo. Nadat ik alle vragen met tegenzin had beantwoord, vroeg ik hem hoe hij vervolgens te weten zou komen of ik met mijn prachtverhaal wel de waarheid sprak. ‘Die mooie blauwe ogen die hand in hand gaan met de waarheid, heb ik toch niet,’ dacht ik.  “Maakt u zich maar niet druk meneer. Ik heb een speciaal systeem, waarbij ik toegang tot uw bankgegevens verkrijg, dus ik kom er wel achter,” zei hij op zegevierende toon. En neen, er werd mij niet om toestemming gevraagd, het werd mij medegedeeld. Nu was het dus hopen, dat hij vond dat ik genoeg geld op mijn rekening had staan. Ik moet u zeggen, dat dit best een eng idee is wanneer je geen vermogensdelict hebt gepleegd of een overtreding van de opiumwet hebt begaan. Big brother is watching you, waar je bij staat. Ik heb 4,5 jaar bij Justitie gewerkt en 4 jaar bij de Reclassering, maar ik heb mij nooit boven anderen verheven gevoeld. ‘What is this man thinking?’, ging er repeterend in mijn hoofd om. Na bijkans 2 uur wachten, kwam ik met mijn geweten in de knoop. Mijn collega’s in de acute psychiatrie hadden er alle begrip voor en vonden het okay dat ik in allerijl naar Schiphol moest reizen. Na overleg met de secretaresse kreeg ik te horen dat er weer nieuwe spoedmeldingen waren. Ik kon niet langer wegblijven van het werk. Ik bracht de slechtnieuwsboodschap aan mijn neef. Ik zei dat ik na 17 uur terug zou komen en dat hij zich nergens zorgen over hoefde te maken. Wij hadden bij elkaar 20 schone vingers, dus we hoefden ons geen zorgen te maken. ‘Zie het als een vervelend oponthoud. Ik kom zeker terug,’ zei ik tegen mijn neef, die moeilijk de teleurstelling van het bericht op zijn gezicht kon verhullen. Ik legde mijn situatie uit aan de marechuassee die mij eerder had opgehaald vanuit de aankomsthal. Hij keek mij zoals vaker op deze dag opnieuw verbaasd aan. “U kunt nog even wachten. We willen met de ambassade in Paramaribo overleggen. Zij gaan over 1,5 uur open.” ‘Daar had ik geen tijd voor,’ zei ik. “Dan komt uw neef het land niet in, zei hij op dreigende toon. ‘Dan komt hij het land maar niet in, zei ik op besliste toon. ‘Als hij maar weet dat ik niet onder de indruk van zijn dreigementen ben,’ dacht ik. Ik vroeg hem of hij mij naar de uitgang wilde begeleiden. Dat wilde hij niet. Er was een 100% controle gaande op de vlucht uit Suriname en meneer dacht dat ik het klusje wel alleen zou kunnen klaren om zonder (hand)bagage, met het doorsnee uiterlijk van een Surinaamse topcrimineel, voorbij de douane te komen. ‘Ik moet wel een debiele indruk op hem hebben gemaakt om me op dergelijke wijze in de val te laten lokken,’ dacht ik. Pas na de derde keer vragen, gaf hij gehoor aan mijn verzoek. Met tegenzin liep hij mee. Onderweg probeerde hij het klusje nog te slijten aan een collega van de douane, maar die liet zich niet voor karretje spannen. In de rij voor de 100% controle zag ik een oud-speelster van De Arend staan. Ik zwaaide enthousiast naar haar. Toen vroeg hij, “ken je haar?” Ik keek hem aan. Ik hoorde mijn reservezekering opnieuw overtoeren draaien. Ik keerde mij weer om en gaf geen antwoord. “Ken je ze allemaal hier,” zei hij vervolgens op provocerende toon. Ik voelde de druk in mijn reservezekering oplopen tot het kookpunt en keek hem woest aan en keerde mij weer om zonder iets te zeggen. Bij de uitgang aangekomen gaf hij mij wat doorgaans in een goede relatie als een bemoedigend tikje op de schouder zou overkomen en zei: “tot later.” Ik zei opnieuw niets terug, keek niet om en liep weg.

Klachtenformulier

Rond half 4 werd ik gebeld. “We zijn klaar met de check. Uw neef mag het land inreizen. We hebben alle stukken van de ambassade ontvangen en weten voldoende. U kunt hem komen ophalen.” ‘Zou u zo vriendelijk willen zijn om hem ook een klachtenformulier mee te geven,’ vroeg  ik? “Dat kan, maar waarom is het nodig dan?” ‘Omdat de werkafspraken van de Gemeente, de Nederlandse Ambassade te Paramaribo en de Koninklijke Marechaussee niet op één lijn zijn. Ik hoor van u, dat er verplicht met een kopie van de garantstelling gereisd moet worden, terwijl er in de voorlichting hierover niet wordt gecommuniceerd, of een gebrek aan informatie is, waardoor wij nu de gedupeerden zijn. Daarnaast voel ik mij door uw collega gecriminaliseerd, geprovoceerd, geïntimideerd en vernederd. “Oh, dat is vervelend meneer, maar ik ben het niet geweest,” haast hij zich te zeggen, “ik ben van de late dienst.” 

 

U bevindt zich hier: Home Artikelen MC Talks ‘Ik voel mij gecriminaliseerd, geprovoceerd, geïntimideerd en vernederd’

© 2012 |  Websitebeheer | Beheerpaneel
Website ontwikkeld door XI WebDesign 2012